Aan de onderkant wortelt hij stevig in de aarde
Hij vindt daar houvast en voeding
en de kracht van de aarde om te groeien
Aan de bovenkant strekt hij zijn takken naar de hemel uit.


Het zonlicht dringt binnen en deze kosmische energie gebruikt hij om te groeien.
Zo schept hij een perfecte balans tussen hemel en aardekrachten.
Hij laat ook zien dat deze beide krachten in het aardse lichaam in evenwicht moeten zijn.


Als de kroon zich hoger uitstrekt dan de wortels kunnen dragen
heeft hij geen houvast en valt om.
Als de wortels groter zijn dan de kroon is hij niet in staat
om voldoende op te nemen voor de groei.


Gevoed door energieŽn groeit en bloeit deze boom, draagt bloesem en vruchten.